Jan Klaassen - door Hetty Paėrl - deel 2

Alles wijst erop dat Jan Klaassen uit Pulcinella is voortgekomen, maar hoe en wanneer is duister. In de negentiende eeuw hebben enkele schrijvers, onder wie J. van Lennep en J. ter Gouw, zich gebogen over de kwestie hoe Jan Klaassen zijn oer-Hollandse naam heeft gekregen. Ze kwamen met verschillende hypotheses. Zo hechtte Van Lennep waarde aan de oude overlevering van de trompetter. Deze luidt als volgt:

Jan Claeszen was trompetter in de garde van stadhouder prins Willem II. Toen deze in 1652 stierf, vond er een machtswisseling plaats en kwam raadspensionaris Johan de Witt aan het bewind. Ieder die prinsgezind was, werd uit het leger ontslagen, ook de trompetter. Hij trok naar Amsterdam en ging aan het Fransche Pad (waar nu de Willemsstraat is) in de Jordaan wonen. Om de kost te verdienen vertoonde hij de poppenkast, hij maakte zijn eigen huishouden met zijn vrouw Katrijn tot onderwerp van zijn voorstellingen. Hij gaf allerlei schimpscheuten op het nieuwe bewind, hij voerde daartoe een personage in dat Johan de Witt moest verbeelden, ‘Snikhals’. De voormalige trompetter had zoveel succes met zijn spel dat de naam die de hoofdpop van de Hollandse poppenkast tot dan toe droeg -  Hansworst of Polichinel -  weldra  plaats moest maken voor zijn eigen naam: Jan Claeszen, later werd de spelling Jan Klaassen.

Ter Gouw kwam met een andere hypothese over het ontstaan van Jans naam. Hij had stukken gevonden in de archieven van de Nieuwe Kerk in Amsterdam: documenten uit 1706 betreffende het echtpaar Catrijn Pieters en Jan Claassen. Zij werden ontboden door de kerkraad. Catrijn werd ten laste gelegd dat zij altijd dronken was en gescheiden leefde van haar man; Jan bekende, eenmaal alleenstaand, overspel te hebben gepleegd. Ze kregen een straf opgelegd. De beide echtelieden lijken qua karakter sprekend op het kibbelende en dronken stel uit de poppenkast, de Jan Claassen uit de archieven was echter werkman in een weverij. Ter Gouw veronderstelde dat hij dat beroep had opgegeven om poppenspeler te worden, wat lucratiever was. Daarbij zou hij zijn eigen persoonlijkheid en die van zijn vrouw in zijn theatertje hebben opgevoerd. En zo is een nieuwe mythe ontstaan.

De verbondenheid van Jan en Katrijn uit de poppenkast met de stad Amsterdam is overduidelijk. Maar zijn populariteit beperkt zich volstrekt niet tot de hoofdstad. Opvallend is bijvoorbeeld dat je tot in de vorige eeuw in verschillende grote steden zogeheten ‘dynastieėn’ van Jan Klaassenspelers had, families waarin het beroep van generatie op generatie werd doorgegeven. 

Hetty Paėrl, Amsterdam 2012                                                                   

Terug naar deel 1 over 'Jan Klaassen' klik hier

 

       
 

Jan Klaassen Academie


Jan Klaassen Academie (de opleiding)

Jan Klaassen

Poppenkast op de Dam

Inschrijving Jan Klaassen Academie 2017

De docent

Lesprogramma 2017

Deelnemers Jan Klaassen Academie 1, 2, 3, 4, 5

Links

Home