Jan Klaassen - door Hetty Paërl - deel 1

Jan Klaassen is de held en hoofdfiguur van de aloude Nederlandse volkspoppenkast. Zijn spraak en humor verraden dat hij een geboren Amsterdammer is. Het decor stelt dikwijls een Amsterdams grachtje voor met een kroeg. Jans neus is rood van de drank en heeft de vorm van een snavel, de kin is naar de neus toe gebogen. Men zegt wel: als Jan zijn laatste adem uitblaast, wordt die teruggekaatst door zijn kin, daardoor heeft Jan het eeuwige leven. Jans kostuum is eenvoudig, onder het jasje zijn twee beentjes genaaid, die hij over de rand van de speelplank gooit wanneer hij gezellig met het publiek keuvelt, de voeten steken in klompen. Jan heeft een hoge puntmuts op, waarvan de top clownesk naar voren staat, er hangt een belletje of kwast aan.

131023-JanKlaassen01.jpg  

Jan is voor niemand bang, behalve voor zijn vrouw, Katrijntje Pieterse. Het zijn armoezaaiers. Het traditionele begin van het spel is dat Jan het publiek begroet, waarna hij zijn huwelijk met Katrijn aankondigt. Hij roept haar om haar voor te stellen. Het publiek wordt verzocht zo hard mogelijk mee te roepen: Katrij-ij-ij-n. Komt zij dan eindelijk opdagen dan omhelzen ze elkaar zo heftig dat hun grote neuzen in botsing komen. Dat leidt tot ruzie en vechten, maar ze leggen het altijd weer bij. Daarna moet Jan op hun baby passen. Het vaderschap gaat Jan slecht af, als het wicht huilt, gooit hij het uit de poppenkast, tussen het publiek.

Jan wordt geconfronteerd met een aantal tegenstanders, die net als hij karikaturen zijn: de boef, de huisbaas, de generaal, de agent; voorts de duivel, de krokodil en de Dood. Jan wordt door de poppenspeler altijd op de rechterhand gehouden. De andere personages komen, de een na de ander, op de linkerhand; zij hebben niets goeds voor hem in petto, maar Jan is niet op zijn mondje gevallen, hij dient ze van repliek. En vergeet de deelname van de toeschouwers niet, zij moeten hem waarschuwen als er gevaar dreigt.

Als dat allemaal niet helpt, gebruikt Jan zijn slap-stick, een lat waarvan de bovenhelft gespleten is, zodat de stokslagen een kletterend geluid geven. Het spel in de poppenkast is slap-stick, het geweld is dermate overdreven dat het komisch werkt, het geweld zelf wordt bespottelijk gemaakt. Jan wint altijd. In het verleden waren de voorstellingen in de eerste plaats op volwassenen gericht, later vooral op kinderen.

In vrijwel alle Europese landen bestaat volkspoppenspel met een hoofdfiguur die op Jan Klaassen lijkt. Om er enkele te noemen: Punch in Engeland, Polichinelle in Frankrijk, Kasperl in Duitsland. Zij zijn rechtstreeks of zijdelings ontstaan uit de Italiaanse Pulcinella, een kluchtfiguur uit de Commedia dell’Arte. Van oudsher hebben poppenspelers veel rondgereisd, daardoor ontstond - behalve die verwantschap van de hoofdpersonages - ook een internationaal repertoire. Scènes zoals wij die kennen - van Jan die de generaal doodt, de agent die Jan arresteert, de beul die Jan aan de galg wil hangen, de Dood die uit de diepte van de poppenkast oprijst, de krokodil met zijn gevaarlijke klapbek - zijn variaties van de stukjes die ook elders in Europa worden opgevoerd. 

Voor deel 2 over 'Jan Klaassen' klik hier

 

 
 

Jan Klaassen Academie


Jan Klaassen Academie (de opleiding)

Jan Klaassen

Poppenkast op de Dam

Inschrijving Jan Klaassen Academie 2017

De docent

Lesprogramma 2017

Deelnemers Jan Klaassen Academie 1, 2, 3, 4, 5

Links

Home